De opkomst van André Rieu

Tijdens zijn studietijd aan de conservatoria van Luik, Maastricht en Brussel speelde Rieu vooral zware klassieke muziek. In 1978 liep hij oud-studiegenote Gemma Serpenti tegen het lijf. Zij vroeg André of hij niet wilde spelen in het gelegenheidsorkestje I Glissandi, dat voornamelijk licht klassiek speelde.

Zo kwam Rieu in aanraking met een heel ander soort muziek: de wals.  Die muziek wist hem meteen te vervoeren: “Ik werd onmiddellijk gegrepen door de maat die jaren later zo ongeveer mijn levensritme zou worden: de driekwartsmaat, de wals. Wat een openbaring om zelf een wals te spelen!” Hetzelfde jaar nog vormde Rieu I Glissandi om tot een professioneel ensemble: het Maastrichts Salon Orkest.

Het was toen nog niet vanzelfsprekend om een orkestje te hebben dat lichtvoetig klassieke muziek speelde. In die eerste jaren werden ze niet heel serieus genomen. Een van de eerste vermeldingen van het jonge orkest, dan nog het Limburgs Salon Orkest, staat in het Limburgs Dagblad van 29 juni 1978. Daar staat dat het ensemble een modeshow “muzikaal opluistert” – de muziek die André Rieu speelt, geldt dan nog als achtergrondmuziek.

"Opvallend is dat de leden van het orkest op elke plaathoes minder chagrijnig kijken"

De muziek die het orkest wil spelen, gold als stoffig en ouderwets. Bladmuziek was dan ook nauwelijks te vinden. Het duurde tot 1982 tot de eerste plaat verscheen: toepasselijk getiteld: Rendez-vous: Weerzien. Op de plaathoes staat dan ook “Dank zij hun speurtochten op stoffige oude zolders van grootvaders en grootmoeders en dankzij de spontane reacties van enthousiaste luisteraars hebben zij een uitgebreid repertoire van “muziek van toen” kunnen samenstellen.

In de jaren daarna verscheen er regelmatig een nieuwe plaat. Opvallend is dat de leden van het orkest op elke plaathoes minder chagrijnig kijken: alsof ze steeds meer plezier in hun werk krijgen. Dat mag ook wel, want langzaam maar zeker wordt het ensemble, met Rieu voorop, steeds populairder.

Vanaf het midden van de jaren ’80 werd het Salonorkest echt bekend. De jaarlijkse Hieringebietekonzèrs op Aswoensdag werden een doorslaand succes en vestigden de naam van Rieu. Als hij de eerste keer op de Duitse TV komt, verschijnt er een krantenartikel waarin er met verbazing over zijn succes wordt gesproken: Rieu is populair in België, in Duitsland en zelfs in Canada.

De echte doorbraak kwam in 1994. Met zijn bewerking van Sjostakovitsj’ Wals nr. 2, verkocht als “The Second Waltz”, wist Rieu de eerste plaats in de Top 40 te veroveren. Het Maastrichts Salon Orkest is dan al zo’n zes jaar op de achtergrond gedrongen door zijn grotere Johann Strauß Orchestra, waar hij nu nog steeds mee tourt.

De eerste vermelding van het Salon Orkest

2 december 1994: Hoe klein is hier nog het nieuws over André Rieu