André Rieu en het Vrijthof

André Rieu heeft voor zijn concerten in Maastricht het meest karakteristieke plein van de stad uitgekozen: het Vrijthof. Dankzij schermen die her en der in stad zijn opgesteld, kan ook de gewone Maastrichtenaar meegenieten van de muziek op het plein. Waarschijnlijk heeft Rieu het plein uitgekozen omdat er genoeg mensen op passen, maar misschien heeft de muzikale geschiedenis van het Vrijthof er ook wel aan bijgedragen…

Het Vrijthof was in de middeleeuwen eigendom van de Servaaskerk, en nog niet het grote plein dat we nu kennen. Tot aan het begin van de zeventiende eeuw liepen er zelfs nog een aantal muren dwars over het plein, zoals te zien op deze tekening van de Italiaanse kunstenaar Remigio Cantagallina.

De oude situatie van het Vrijthof

Daar kwam in 1673 verandering in. De Fransen hadden het jaar daarvoor de stad ingenomen en wilden een groot plein waar ze hun militaire parades konden houden; het moest voor de Maastrichtenaren natuurlijk wel duidelijk zijn wie de baas was in de stad. Toen Maastricht later weer Nederlands werd, bleef het Vrijthof militaire paradeplaats.

Het zal de oplettende lezer niet zijn ontgaan dat er tot nu toe nog niet over muziek gesproken is. Maar vergeet niet dat een militaire parade steevast werd ondersteund door muziek! Bij elke zonsopgang en elke zonsondergang begeleidde een kapel met trommels en fluiten de soldaten die de stadspoorten openden en sluiten. ’s Morgens haalden ze de sleutels op aan de Hoofdwacht op het Vrijthof, en ’s avonds kwamen ze de sleutels weer terugbrengen. Tot de opheffing van de vesting in 1867  klonk er dagelijks marsmuziek in de straten van Maastricht, die de Maastrichtenaren eraan herinnerde dat ze eigenlijk in een gigantisch fort woonden. Toch hebben al die marsen ook nog iets positiefs opgeleverd: carnavalsmuziek.

Deze maquette geeft de situatie weer van 1748

De garnizoensliedjes wisten al snel de Maastrichtenaren te bereiken, die ze uit het hoofd leerden of er een andere tekst op verzonnen. Tijdens carnaval werd er gemarcheerd van kroeg naar kroeg, en natuurlijk werden daarbij marsliedjes gezongen. Zo werden de marsen onlosmakelijk verbonden met de vastelaovend. Nog steeds wordt het merendeel van alle carnavalsmuziek bepaald door de opgewekte vierkwartsmaat van de mars. Sommige oude marsen worden zelfs nog integraal gespeeld: Der Alte Dessauer schalt tijdens carnaval uit de luidsprekers van menig Maastrichts café, en klinkt nog net zo fris als in 1705.

 

"Triene, Triene, Triene, zien de mòssele nog neet gaar..?"

En Rieu? Die wil ook nog wel eens een mars spelen. Vorige week ontstond er ophef (Lees het bericht hier) over zijn keuze om Alte Kameraden te spelen, maar Rieu wist te melden dat het een mars was uit de negentiende eeuw, en dat het niets te maken had met de nazi’s. Wie overigens goed luistert naar Rieu’s versie van Alte Kameraden, hoort op de achtergrond een vrouwenkoortje een Maastrichtse ‘carnavalsverbastering’ zingen: “Triene, Triene, Triene, zien de mòssele nog neet gaar..?” Daarin horen we dus nog eventjes al die duizenden soldaten die eeuwenlang over het Vrijthof marcheerden.